Surrealisme

 
De kunststroming surrealisme is ontstaan als literaire stroming rond 1924. Hoewel er een hoogtepunt van het surrealisme is waar te nemen tussen 1925 en 1940 in zowel schilderkunst, beeldhouwkunst en in de literatuur, wordt het surrealisme ook in de hedendaagse kunst nog veel toegepast.
 
Het is de Franse schrijver en essayist André Breton, die in 1924 zijn opvattingen omtrent het surrealisme in de kunst, vooral de schilderkunst en de literatuur, te boek stelt in het 'Manifest van het Surrealisme'.
 
Surrealistische schilders proberen hun fantasie zoveel mogelijk de vrije loop te laten. Ze schilderen bijvoorbeeld droombeelden. Surrealisten vinden dat vrijheid van denken en vrijheid van verbeelding erg belangrijk zijn. Beroemde surrealistische kunstenaars zijn Salvador Dahli, Paul Klee, René Magritte, Joan Miró, Frida Kahlo en Hans Arp.
 
In de surrealistische kunststroming gebruiken de kunstenaars vaak herkenbare vormen, die geen of heel weinig verband houden met de werkelijkheid. Ze komen uit een wereld van dromen, illusies en fantasieën. De surrealistische kunstenaar laat zich leiden door zijn onderbewustzijn. Surrealistische kunstwerken stimuleren de fantasie van de kijker.
 

Kenmerken surrealisme

- potpourri van vormen en relaties
- herkenbare vormen verbinden met het onderbewustzijn
- irrationeel, fantastiewereld
 
kunst kopen
            Paul Klee - In der Loge -1908